Natuur tussen Maas en Rijn beleven!



Startpagina.
Algemene informatie over de Eifel.
Excursies en lezingen.
Deelgebieden:
-
Eifel
-Limburg
Natuurreservaten en wandelgebieden.
Geschiedenis van de Eifel.
Archeologische plekken.
Historische plaatsen.
Water in de Eifel.
Geologie van de Eifel.
Oude ambachten.
Mijnbouw & oude
industrie.
Paddenstoelen.
Wildparken & Musea.
Feesten.
Heiligen.
Wandelroutes.
Kinderwagenwandelingen.
Links.
Over ons.
Contact/Colofon.
Fotopagina´s.
Alfabetisch register
Naar de Duitstalige sites/ Zu den deutschen Seiten.













Linnich.

Linnich, een klein stadje in het dal van de Rur tussen Jülich en Hückelhoven, is tevens hoofdplaats van de gelijkname gemeente. De stedelijke bebouwing ligt op de westelijke oever van de Rur, aan de oostkant ervan ligt een industriegebied, met onder meer papierfabricage.

Een vestingstadje.

Linnich ontstond op de Floßdorfer Zunge, een verhoging tussen het dal van de Merzbach en het dal van de Rur. Vroeger lagen langs de Merzbach uitgestrekte bossen. Toen deze gekapt werden kon op de vruchtbare lössbodem akkerbouw bedreven worden. De combinatie van akkerland en een voor hoogwater veilige woonplek maakte deze plek tot een ideale plek om een nederzetting te stichten. De naam Linniacum, zoals ze in een oorkonde uit 888 opduikt, doet vermoeden dat het plaatsje een Romeinse oorsprong heeft.
Linnich werd voor het eerst in een oorkonde uit 888 genoemd. Daarin bevestigde Koning Arnulf de schenking van zijn Königsgut Linniacum door Koning Lotharius aan het Marienstift te Aken in 851. In 893 bezat de abdij van Prüm grote landerijen in de omgeving van LInnich, dit is beschreven in de Prümer Urbar, een boek dat Abt Caesarius (1212-1216) schreef.
Vroeger had het stadje een belangrijke functie. Op 27 april 1392 kreeg het plaatsje stadsrechten. Rondom het oude stadscentrum liggen nog steeds aarden omwallingen waarop eens de stadsmuur stond. Deze werden van 1414-1446 gebouwd na de eerste grote verwoesting en plundering van het stadje in 1397-1398 door de Brabantse troepen. Daartoe waren er vijf grote steenovens gebouwd om hierin de benodigde bakstenen te kunnen bakken. Deze stadsmuur telde vier stadspoorten, te weten het Rurdorfer Tor in het zuiden, het Rurtor (1446) in het oosten, het Kirsch- of Brachelertor in het noorden en het Mahr- of Aachener Tor in het westen.  Daarnaast waren er in 1723 nog een aantal torens in de stadsmuur opgenomen, waaronder de Pulverturm, de falkenturm, de Torturm am Schweinemarkt, de Turm hinter der Pfarrkirche en nog tweee torens tussen het Mahr- en Kirschtor.
In 1823 werd de stadsmuur afgebroken. Daarbij verdwenen ook de stadspoorten. Slechts hier en daar, bijvoorbeeld langs de Ostpromenade, in de zuidoosthoek van de oude vesting, zijn nog resten herkenbaar van de stadsmuur.In de noordoosthoek stond een verdedigingstoren, de Pulvertoren. Deze is eveneens afgebroken, maar wel nog herkenbaar in het stadsbeeld. Hetzelfde geldt voor de Falkenturm in het zuidwesten. In ieder geval is het parcours waar eens de stadsmuren stonden nu een heerlijke wandelweg met hier en daar verassende uitzichten.
Op de overgang van de 18e naar de 19e eeuw kende Linnich haar grootste bloei. Ze was hoofdstad van het Kanton en tevens zetel van de vredesrechtbank. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd veel schade aangericht in Linnich, zodat de meeste panden van na de Tweede Wereldoorlog stammen.

Joodse begraafplaats.

Linnich had al voordat het plaatsje stadsrechten kreeg Joodse inwoners.
Iets buiten de stadswal ligt de Joodse begraafplaats waar het oudste graf reeds uit 1821 stamt. Waarschijnlijk gaat de begraafplaats zelf tot de 16e eeuw terug. De laatste begrafenis vond plaats in 1952. De oudste stenen zijn eenvoudig vormgegeven en hebben enkel Hebreeuwse opschriften. De nieuwere stenen zijn uitbundiger versierd en dragen naast Hebreeuwse ook Duitse opschriften. De plek waar het Joodse kerkhof staat heet Rosenthal. Dit is vaak de plek waar een godsdienstige minderheid woont, zo ook in Jülich. In de 16e en 17e eeuw dook deze benaming al in Linnich op.
De Joodse gemeenschap verdween tijdens het Nazi-regime. Daarbij werd tijdens de Reichskristallnacht op 9-10 november 1938 werd de Synagoge uit 1913 met de ernaast gelegen Joodse school door brandstichting verwoest.

In het centrum.

De mooiste plekjes in de stad zijn de Alter Markt, een plein waarop vroeger de paarden- en veemarkt werd gehouden, en het plein voor de Sint-Martinuskerk. Aan de Alter Markt ligt het raadhuis in een mooi oud pand. Ernaast ligt ook het Heimatmuseum (Heemkunde-museum).  Het werd geopend in oktober 1991 en omvat collecties van verschillende voormalige beroepen uit Linnich, waaronder een vatenmakerij, een zadelmakerij, een bakerij, een schoenmakerij, een kachelfabriek, maar ook sacrale voorwerpen, fotos van de Glasmalerei Dr. H. Oidtmann en opgezette dieren. Dit gratis toegankelijke museum is iedere 1e en 3e zondag van de maand van 14.00-17.00 uur geopend (m.u.v. juli en augustus).

Evangelische kerk.

Heel mooi is de Evangelische kerk aan de Alter Markt. Deze stamt uit 1717, maar werd in 1794 door brand verwoest. In 1805 vond een herbouw plaats. Het interieur kwam uit het voormalige kruisherenklooster Hohenbusch. Ook in de Tweede Wereldoorlog, om precies te zijn in 1945, werd de kerk compleet verwoest. In 1950 werd ze daarop herbouwd. In de kerk is een mooie barokke orgel aanwezig. Dit werd in 1764 door een onbekende orgelbouwer uit het Rijnland gebouwd voor het klooster Hohenbusch in de buurt van Erkelenz. Na de opheffing van dit klooster in 1807 werd het orgel overgebracht naar Linnich. Helaas leed het orgel tijdens de Tweede Wereldoorlog zware schade. Het werd in de jaren negentig van de 20e eeuw gerestaureerd.
Ook de kansel en het koorgestoelte stammen uit het klooster Hohenbusch. Naast de kerk staat de pastorie uit 1736. Iets buiten de stad, vlakbij het voormalige Mahrtor, staat de evangelische school. Dit gebouw is opgetrokken in de stijl van het Pruisisch classisme en stamt uit 1847. Tegenwoordig is het een woonhuis. Voor het gebouw staat een 200 jaar oude Paardenkastanje.

Sint-Martinuskirche.

De Sint-Martinuskerk zelf ligt op een opvallende plek in de stad. Ze staat namelijk ietwat hoger op de steilrand van het Rurdal. Onderlangs de steile helling loopt de Linnicher Mühlenteich, een molenbeek waarlangs vroeger ook enkele watermolens lagen, waaronder de Kurfürstliche olie- en graanmolen uit 1608. De eerste kerk in Linnich ontstond in 893 en werd genoemd in de Prümer Urbar. Waarschijnlijk stond ze op dezelfde plek als de huidige kerk. In de 12e-13e eeuw kwam hiervoor een romaanse kerk in de plaats. Hiervan resteert nog de 13e eeuwse massieve toren die is opgetrokken uit Rurkeien en zandsteenblokken. Het is een echte verdedigingstoren met kleine raampjes die ook als schietgaten konden dienen.
Rond 1453 werd gestart met de ombouw van de Sint-Martinuskerk tot een laat-gotische hallenkerk met drie schepen. De aartsbisschop van Keulen liet een aflaat uitvaardigen voor iedereen die bijdroeg aan de herbouw. Zo was er binnen korte tijd geld voorhanden voor de bouw. In het interieur vallen de drie Antwerpse altaren op. Deze zijn rijk versierd met houtsnijwerk. De zijpanelen zijn daarnaast prachtig beschilderd. Het hoofdaltaar uit 1520 toont twaalf scénes uit het leven van Jezus. Hierin worden het lijden en de geboorte van Jezus geaccentueerd. De zijpanelen van dit altaar werden geschilderd door de Meester van Linnich. Het hoofdaltaar behoort tot de fraaiste houtsnij-altaren in het voormalige Hertogdom Jülich. Het werd in 1848-1849 gerestaureerd. In 1878 werden de zijpanelen eraan toegevoegd.
Zeer bijzonder is ook het Sacramentarium uit 1520, uitgesneden in tufsteen.
De kerkpatroon St. Martinus duidt op een relatief vroeg ontstaan van de kerk. Na de Apostelen was St. Martinus een van de belangrijkste heiligen aan wei ook vele kerken gewijd zijn.
Rondom de Sint-Martinuskerk groeperen zich ook enkele oudere panden. Daaronder de oude Vicurie, het oudste profane gebouw in de stad, stammend uit 1662. Iets verderop staat het Haus Breuer, waarin vroeger de katholieke basisschool gevestigd was. Dit pand stamt uit 1728.

Streekcentrum.

In Linnich liggen voornamelijk na-oorlogse panden, hoewel er ook hier en daar een ouder pand herbouwd is. Dit betekent wel dat er in het stadscentrum zelf, nagenoeg niets bijzonders meer te zien is dan de reeds genoemde plekken.
Er is een uitgebreid aanbod van winkels, hetgeen de functie als streekcentrum onderstreept. In het najaar, eind november-begin december, vind de jaarlijkse Andreasmarkt plaats. Van oorsprong was dit een veemarkt, maar tegenwoordig is het een grote braderie.

Museum.

Het Deutsches Glasmalerei-museum is gevestigd in de voormalige olie- en graanmolen van de firma Weitz uit 1608. Het werd geopend in 1997. In dit museum wordt de geschiedenis van het beschilderen van glas uit de periode 19e eeuw tot nu toegelicht. Rond 1860 vestigde Dr. H. Oidtmann in Linnich een werkplaats voor Glasmalerei. Vanuit dit atelier werden talloze kerken en kloosters van kleurrijke ramen voorzien. In het museum met zeven verdiepingen worden enkele beschilderde kerkramen getoond. Onder meer van Fritz Geige uit Freiburg,zijn meer dan 30 ramen te zien, daarnaast een kopie van het raam uit de kerk van Freiburg met Karel de Grote uit 1512. Daarnaast worden moderne kunstenaars als Johan Thorn Prikker, Heinrich Campendonk, Wilhelm Teuwen, Anton Wendling en Georg Meistermann getoond.
Het museum is van dinsdag tm zondag van 11.00 tot 17.00 uur geopend. Meer info: www.glasmalerei-museum.de.

Papierindustrie.

Aan de oostzijde van de Rur staat de fabriek van SIG Combibloc, een grote fabrikant van verpakkingsmiddelen voor dranken. Deze fabriek is voortgekomen uit de papiermolens die hier ooit stonden. Vanwege het minder schone Rurwater in de middenloop kon hier enkel nog karton geproduceerd worden.