Natuur tussen Maas en Rijn beleven!



Startpagina.
Algemene informatie over de Eifel.
Excursies en lezingen.
Deelgebieden:
-
Eifel
-Limburg
Natuurreservaten en wandelgebieden.
Geschiedenis van de Eifel.
Archeologische plekken.
Historische plaatsen.
Water in de Eifel.
Geologie van de Eifel.
Oude ambachten.
Mijnbouw & oude
industrie.
Paddenstoelen.
Wildparken & Musea.
Feesten.
Heiligen.
Wandelroutes.
Kinderwagenwandelingen.
Links.
Over ons.
Contact/Colofon.
Fotopagina´s.
Alfabetisch register
Naar de Duitstalige sites/ Zu den deutschen Seiten.













Dal van de Rur tussen Monschau en Widdau.

Het Rurdal tussen de Belgische grens en de Rurtalsperre, met een oppervlak van 938 hectare, is uitgeroepen tot FFH- gebied, waarin flora, fauna en het habitat ofwel het biotoop beschermd zijn. Het FFH- gebied Mittleres Rurdal is een essentieel onderdeel van de Rurcorridor, die de Belgische Hoge Venen verbindt met het Nederrijnse laagland en zelfs met Nederland. Vrijwel alle beken hebben nog een (vrijwel) natuurlijke loop. Stroomafwaarts van Monschau is het dal van de Rur nog smal en wordt gekenmerkt door steile hellingen. De Rur is een typische middelgebergtebeek, met een stenige bedding. Hier leeft de Rivierdonderpad (Cottus gobbio). Langs de beken leven vogels als IJsvogel (Alcedo atthis), Grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea) en Waterspreeuw (Cinclus cinclus). Een goede plek om deze laatste soort te zien is de Kluckbachbrücke.
Stroomafwaarts van Grünenthal wordt het dal breder en zijn de oevers met elzen- en wilgenbossen bebost. Op enkele plekken groeien Elzen- essen- ooibossen voor. Ook komt er ruimte voor hooi- en weilanden op de dalbodem. Hetzelfde geldt voor de dalen van de zijbeken Ermesbach, Schwarz- en Klüserbach, Holder-/Duerholderbach, Belgenbach, Riffelsbach, Kluckbach en Tiefenbach.
De bossen langs de beek mogen in de toekomst niet meer voor bosbouwkundige doelen gebruikt worden. In de zijdalen zijn regelmatig extensief gebruikte weilanden aan te treffen, terwijl op de hellingen vaak sparrenbossen of verschillende soorten loofbossen, zoals haagbeuken- beukenbossen of wintereikenbossen, groeien. In deze bossen leven Grijskop- en Zwarte spechten (Picus canus, Dryocopus martius). Er wordt naar gestreefd de loofbossen op een natuurlijke manier te ontwikkelen en te zorgen voor meer structuur erin. Naaldbossen moeten in de loop van de tijd omgevormd worden tot natuurlijke loofbossen. De eiken-haagbeukenbossen zijn rijk aan Gewone esdoorns (Acer pseudoplatanus). Ze staan op een ondergrond die steeds weer bergaf schuift en waarin bijna altijd water naar onder stroomt of waarvan de bodem tenminste voortdurend vochtig is. Het vocht dringt echter niet door tot aan de oppervlakte. Het gaat om standplaatsen op redelijk steile hellingen. De bodem is rijk aan humus en bestaat uit los materiaal. Op hellingen van meer dan 30º schuift de grond dan ook gemakkelijk hellingafwaarts. Naast Zomereik (Quercus robur) en Wintereik (Quercus petraea) groeien er diverse andere boomsoorten zoals Zoete kers (Prunus avium), Gewone es (Fraxinus excelsior), Gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), Noordse esdoorn (Acer platanoides) en Ruwe iep (Ulmus glabra). In de struiklaag groeit vooral Hazelaar (Corylus avellana). In de ondergroei groeien stikstofminnende soorten als Dagkoekoeksbloem (Silene dioica), Geel nagelkruid (Geum urbanum), Bosandoorn (Stachys sylvatica), Look-zonder-look (Alliaria petiolata), Overblijvend bingelkruid (Mercurialis perennis), Gewone salomonszegel (Polygonatum multiflorum), Gevlekte aronskelk (Arum maculatum), Drienerfmuur (Moehringia trinervis), Gewone hennepnetel (Galeopsis tetrahit), Knopig helmkruid (Scrophularia nodosa), Hondsdraf (Glechoma hederacea) en Kleefkruid (Galium aparine). Ook Gewoon schaduwkruiskruid (Senecio ovatus), Witte veldbies (Luzula luzuloides), Lelietje der dalen (Convallaria majalis) en Zwarte rapunzel (Phyteuma nigra) groeien hier. Op de hellingen zijn ook rotsformaties en kleine heidegebiedjes te vinden.