Natuur tussen Maas en Rijn beleven!



Startpagina.
Algemene informatie over de Eifel.
Excursies en lezingen.
Deelgebieden:
-
Eifel
-Limburg
Natuurreservaten en wandelgebieden.
Geschiedenis van de Eifel.
Archeologische plekken.
Historische plaatsen.
Water in de Eifel.
Geologie van de Eifel.
Oude ambachten.
Mijnbouw & oude
industrie.
Paddenstoelen.
Wildparken & Musea.
Feesten.
Heiligen.
Wandelroutes.
Kinderwagenwandelingen.
Links.
Over ons.
Contact/Colofon.
Fotopagina´s.
Alfabetisch register
Naar de Duitstalige sites/ Zu den deutschen Seiten.













Suiker

Tot twee eeuwen geleden beschikte de meerderheid van de wereldbevolking niet over suiker. Suikerriet was enkel beschikbaar in de tropen, de rest moest zich behelpen met de schaarse hoeveelheid honing of met zoete sappen van bepaalde planten, struiken en bomen. Zo werd in Limburg natuurlijk al lange tijd stroop uit vruchtsappen gemaakt.

Vanuit de tropen de wijde wereld in.

Nieuw-Guinea.
Circa 10.000 jaar geleden werd op Nieuw-Guinea suikerriet gebruikt. Er werd net zo lang op de stengels van het suikerriet gekauwd tot de zoete smaak van suiker eruit kwam. Suiker speelde hier een belangrijke rol als een elixer, een drankje waaraan magische eigenschappen werden toegeschreven. Priesters op Nieuw-Guinea dronken bij religieuze ceremoniën suikerwater uit een kokosnoot. Daarnaast bestaan er lokale mythen waarin de eerste man ter wereld de liefde bedrijft met een stengel suikerriet en zo de mensheid laat ontstaan.

Vasteland van Azië.
Gaandeweg veroverde suikerriet de verdere omgeving en bereikte rond 1000 voor Christus het Aziatische vasteland. In India lukt het om gekristalliseerde suiker uit suikerriet te halen. Het sap uit het suikerriet wordt hiertoe gekookt tot een bruine, zachte stroop die later uitkristalliseert tot suiker. Rond 500 voor Christus werd suiker in India tot een poeder verwerkt dat als medicijn tegen hoofdpijn, zenuwaanvallen en impotentie werd gebruikt. Eeuwenlang bleef het precieze raffinageproces een beroepsgeheim dat alleen van meester op leerling werd doorgegeven. In de tijd van de Romeinen werd in China veel met suikerriet gehandeld. Ook Perzië maakt kennis met dit product. De Perziërs lukt het ook om het sap uit de rietsuiker met melk te zuiveren en ruwe rietsuiker te winnen.

De Arabische Wereld.
Rond 600 na Christus was de kennis van de suikerfabricage doorgedrongen tot in Perzië waar de vorsten hun gasten op een overdaad aan suikerwerk trakteerden. Met de Arabische legers die steeds weer nieuwe gebieden veroverden, raakte ook de suiker verspreid en werd in de hele Islamitische wereld een geliefd product. Suiker werd gebruikt om het volk te imponeren, marsepein was zeer geliefd. De Arabieren perfectioneerden het raffinageproces tot het uiterste. De productie van suiker was moeilijk door de hitte op de akkers, het zware hakwerk van het riet en de rook bij ketels. De vraag nam echter steeds maar toe. Rond 1500 werkten in de suikerindustrie arbeiders uit de allerlaagste klasse zoals krijgsgevangenen uit de strijd tussen de Moslims en de Oost-Europese Christenen.

Door de Kruistochten naar Europa.
Waarschijnlijk waren het ook Britse en Franse kruisridders die als eerste Europeanen kennis maakten met suiker en de verhalen over suikergoed mee terug naar hun vaderland brachten. Suikerriet was destijds de enige bron om aan suiker te komen en aangezien dit gewas enkel in gebieden met een tropisch klimaat gedijt, moesten de Europanen genoegen nemen met de schamele hoeveelheid suiker die de islamitische handelaren te koop aanboden. Suiker was daarom in Europa lange tijd een luxeproduct dat enkel voorbehouden was aan de elite en net zo duur was als de specerijen uit de Oost.
Toen in de 15e eeuw het Ottomaanse Rijk uitbreidde, werden zowel de specerijen uit de Oost als de suiker onbereikbaar. De Europeanen hadden nu enkele opties om toch nog aan suiker te komen. Ze moesten genoegen nemen met de geringe productie van suiker in Zuid-Europa, de Ottomanen verslaan of nieuwe suikerbronnen aanboren.
Deze nieuwe suikerbronnen werden onder meer gezocht door de ontdekkingsreizigers. Zo gaf de Portugese vorst Hendrik de Zeevaarder (Porto, 4 maart 1394 – Sagres, 13 november 1460) suikerriet mee aan de vroege kolonisten die naar Madeira afreisden. Binnen korte tijd verspreide het gewas zich over de pas ontdekte eilanden in de Atlantische oceaan, zoals de Kaapverdische eilanden en de Canarische eilanden. Ook Christophorus Columbus (1451–1506) nam in 1493 op zijn tweede reis naar de Nieuw Wereld suikerriet mee. Het eerste suikerriet plantte hij op Hispaniola. Enkele decennia later stonden er suikerrietmolens op de heuvels van Jamaica en Cuba. Om het suikerriet te kunnen verbouwen werd het oorspronkelijke regenwoud gekapt en de inheemse bevolking gedecimeerd door oorlog of besmettelijke ziektes, of tot slaaf gemaakt.
Barbados was het eerste Britse suikerrieteiland. Op 14 mei 1625 zette een Engelse kapitein er voet aan wal. Het eiland was toen nog onbewoond. Korte tijd daarop echter stond het eiland vol met suikerrietmolens, plantershuizen en barakken voor de slaven. De eerste jaren werden er tabak en katoen verbouwd, maar suikerriet werd al snel het belangrijkste product. Binnen een eeuw echter waren de akkers uitgeput en het oppervlaktewater opgebruikt. Tegen die tijd hadden de meest ambitieuze planters het eiland echter alweer verlaten en waren op zoek gegaan naar nieuwe landbouwgrond. In 1720 was Jamaica de suikerkampioen. En zo ging het op vele eilanden in het Caribische gebied.
Het meest succesvol was de suikerproductie in de Portugese kolonie Brazilië waar honderdduizend slaven vele tonnen suiker produceerden. Door het aanplanten van teveel suikerriet daalde de prijs. Hierdoor werd suiker halverwege de 17e eeuw steeds minder als luxe specerij gezien en kwam binnen bereik van de middenklasse en later ook van de armen.
In de 18e eeuw waren suiker en slavernij volledig met elkaar verweven. Om de zoveel jaar werden nieuwe eilanden, zoals Puerto Rico en Trinidad, gekoloniseerd, kaalgekapt en met suikerriet beplant. De inheemse bevolking werd doorgaans al snel vervangen door Afrikaanse slaven.
Op Barbados is de erfenis van de suikerproductie nog goed zichtbaar. De tot ruïnes vervallen suikermolens, de vergane glorie van de herenhuizen, de hotels waarin de toeristen bovenmatig veel suiker en rum consumeren en de fabrieken waar nog steeds suikerrietstengels worden geperst.

De Driehoekshandel.
Na het binnenhalen en verwerken van de oogst ging de suiker vanuit het Caribisch gebied per schip naar Londen, Parijs en vooral Amsterdam. Amsterdam had sinds de 16e eeuw de monopolypositie in de wereldwijde suikerhandel. Schepen van de Oost- en West-Indische Compagnie brachten de suiker naar deze stad waar 200 raffinaderijen de suiker gereed maakten voor consumptie. Ook werd vanuit Amsterdam suiker geëxporteerd naar onder meer Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk. De Nederlandse export komt onderdruk te staan als Frankrijk hoge tolgelden gaat heffen op de import van bewerkte suiker. Frankrijk zet vervolgens in op eigen productie van rietsuiker. Ook veel andere landen gaan tol heffen op de invoer van geraffineerde suiker en zelf suiker bewerken.
Van de vele raffinaderijen in Amsterdam houdt de Wester Suikerraffinaderij van de Centrale Suiker Maatschappij het het langste vol. Ze werd in 1882 opgericht aan de Van Noordtkade. Eerst werd er vooral rietsuiker verwerkt, later werd er ook ruwe bietsuiker geraffineerd. Tevens werd in Amsterdam de suiker geruild tegen handelswaar die naar de Afrikaanse Westkust werd gebracht om daarmee nog meer slaven voor de plantages te kunnen ruilen.
Dit was de zogenaamde Driehoekshandel waarbij miljoenen slaven uit Afrika het leven lieten. Ze stierven tijdens het werk op de akkers, bij de persen maar ook bij ontsnappingspogingen. Toen de gruwelen van de slavernij bij Europa doordrongen werd er gepleit voor afschaffing van de slavernij en weigerden huisvrouwen ‘slavensuiker’ te kopen. Voordat de Britten in 1907 de slavernij afschaften, Nederland deed dit pas in 1863, werden ruim 11 miljoen Afrikanen naar de Nieuwe Wereld verscheept. Meer dan de helft werd te werk gesteld op een suikerrietplantage.

Verslaafd aan suiker.

Nadat de Europese bevolking had kennisgemaakt met suiker, was de opmars niet meer te stuiten. In 1700 consumeerde de gemiddelde Engelsman 1,8 kilo suiker per jaar. In 1800 was dat al gestegen naar 8,2 kilo. In 1820 nam de gewone man jaarlijks 21 kilo suiker tot zich. Rond 1900 was dat zelfs 45 kilo suiker per persoon.
In 30 jaar tijd steeg de wereldproductie van suikerriet en suikerbieten van 2,5 naar 12 miljoen ton per jaar. Anno 2013 consumeert de gemiddelde Amerikaan jaarlijks 35 kilo suiker, dat is bijna 100 gram per dag! Bij een toename van de welvaart op wereldniveau is er dus steeds meer vraag naar suiker. Ter vergelijking: in China  wordt jaarlijks per hoofd 11 kilo geconsumeerd en in India 2 kilo.
Zelfs zonder de suikerpot te gebruiken krijgen we in Nederland en België dagelijks circa 95 gram suiker binnen. In Duitsland wordt 14% van de geproduceerde suiker direct door consumenten gebruikt en gaat 86% naar de industrie. Veel suikers worden namelijk toegevoegd aan voedingsmiddelen en krijgen we dus onbewust binnen. Door suiker aan voedsel toe te voegen verbeterd de smaak en textuur van het voedsel. Bovendien neemt de massa van het product toe en verbetert suiker de houdbaarheid.
Overigens is 95 gram de hoeveelheid suiker die van nature voorkomt in 7 appels of 454 eieren of 1135 koppen rijst of 27 maïskolven. In een blikje cola van 33 milliliter bijvoorbeeld zit al 33 gram suiker.

Suiker en gezondheid.

Al in 1675, toen de suikerconsumptie in West-Europa een eerste piek beleefde, schreef Thomas Willis, arts en mede-oprichter van de Royal Society of Britain, dat de urine van mensen met diabetes wonderbaarlijk zoet smaakte. 250 jaar later zag Haven Emerson van de Columbia University dat de piek in het aantal diabetes gerelateerde sterfgevallen tussen 1900 en 1920 samenviel met een toename van de suikerproductie.
Suiker leidt tot een toename van het overgewicht. Met name fructose is hiervoor verantwoordelijk. Sucrose, tafelsuiker, bestaat uit evenredige hoeveelheden fructose en glucose.
Fructose is de suiker die van nature in fruit voorkomt en aan de tafelsuiker zijn heerlijk zoete smaakt geeft. Glucose is eveneens een natuurproduct dat ontstaat bij fotosynthese. Het is een van de belangrijkste brandstoffen voor het menselijk lichaam en wordt direct vanuit de dunne darm in het bloed opgenomen. Een deel wordt ook opgeslagen in de spieren en de lever en is zo beschikbaar wanneer er grote inspanningen geleverd moeten worden.
Glucose-fructose stroop of HFCS is een mengsel van fructose en glucose en zit in frisdrank waarvan het 45 tot 55% van uitmaakt. Het wordt in allerlei producten gebruikt omdat het goedkoper is dan sucrose, de suiker uit suikerriet of suikerbieten. Overigens is sucrose net zo slecht voor het lichaam als HFCS.
Glucose wordt in lichaamscellen door het hele lichaam afgebroken maar fructose enkel in de lever. Wanneer de lever teveel fructose in een keer moet verwerken, bijvoorbeeld wanneer deze in de vorm van frisdrank of snoep door het lichaam wordt opgenomen, ontstaan bij het afbraakproces triglyceriden, een soort vetten. Deze blijven soms achter in de lever die daardoor kan vervetten en minder goed kan functioneren. Ook komen er triglyceriden in de bloedbaan terecht waardoor de bloeddruk na verloop van tijd stijgt. Bovendien wordt het weefsel ongevoeliger voor insuline. Om dit te corrigeren gaat de schildklier meer insuline produceren en ontstaat er uiteindelijk een aandoening die metaboolsydroom wordt genoemd. De kenmerken hiervan zijn obesitas, vooral rond de taille, hoge bloeddruk en veranderingen in de stofwisseling die wanneer er niets verandert kunnen leiden tot diabetes type 2 en een verhoogde kans op een hartaanval. In Amerika voldoet momenteel 1/3 van de volwassenen aan de criteria voor dit stofwisselingssyndroom (National Institutes of Health). Ook Nederland is hard op weg naar een diabetes type 2- epidemie. Deze welvaartsziekte werd vroeger ouderdomssuiker genoemd. Sinds het midden van de jaren 1990 is ze sterk in opmars en neemt het aantal patiënten jaarlijks met 70.000 toe. Overgewicht is één van de belangrijkste oorzaken van deze ziekte, hierbij maakt het lichaam te weinig insuline aan en kan de bloedsuikerspiegel niet meer reguleren. In Nederland is het aantal personen met ernstig overgewicht sinds 1981 toegenomen van 25% naar 40 % in 2011. Bij kinderen heeft 22% van de leeftijdsgroep tussen 10 en 12 jaar last van overgewicht.
Het probleem is overigens niet het teveel aan calorieën in de suiker, maar dat suiker een vergif is, zeker wanneer mensen veel eten en daarbij weinig bewegen. En door veel suiker te eten krijgen mensen ook een energiedip (na een kortstondige suikerkick) waardoor ze niet eens meer in staat zijn om veel te bewegen. Het devies is dus om het eigen suikergebruik kritisch te volgen en te matigen.